|
Puberbrein is zéér kneedbaar |
|
|
|
|
Een puberende jongen in huis zorgt soms voor turbulentie. We denken dan al snel aan testosteron(-opstoten). De lichamelijke en psychische veranderingen bij jongens in de puberteit zijn echter een complex fenomeen. Het laat zich niet verklaren door de invloed van één hormoon (al speelt het nog zo'n grote rol). Prof.Dr. H. Delemarre (kinderendocrinoloog, Vrije Universiteit Amsterdam) voert momenteel onderzoek naar het effect van hormonen op de hersenontwikkeling bij pubers. De studie loopt tot 2009, resultaten werden nog niet vrijgegeven. Als wetenschapper benadrukt zij opvallend genoeg het belang van communicatie met pubers. Zij pleit voor volgehouden inspanningen van ouders en pubers om elkaar te begrijpen (interview, VPRO-radio, 4 april 2006). Dr. Hilleke Hulshoff Pol (hoofddocent Divisie Hersenen, Universiteit Utrecht) volgt haar daarin, want "de relatie tussen hersenen en gedrag is nog grotendeels onbekend" (Natuurwetenschap&Techniek, jg.2006, nr. 4).
Dr Jay Giedd (National Institute for Mental Health, Maryland, USA) zit op dezelfde golflengte. Giedd ontdekte dat de hersenontwikkeling veel langer doorgaat dan algemeen werd aangenomen. De hoeveelheid grijze stof piekt bij jongens rond het twaalfde levensjaar, bij meisjes iets eerder. Maar de hoeveelheid witte stof (belangrijk voor de snelheid van signaaloverdracht) blijft toenemen tot voorbij ons 40ste levensjaar. En vooral: tussen ons 10de en 25ste levensjaar gebeurt er een selectie in de vertakkingen en onderlinge verbindingen in de hersenen. Wetenschappers zijn unaniem: de hersenen zijn veel flexibeler en plastischer dan in vorige eeuw werd aangenomen. 'Het is daarom (...) van belang op welke manieren een kind tijdens de puberteit wordt geprikkeld', stelt Giedd. In mensentaal: de positieve invloed van een goede OPVOEDING kan niet genoeg benadrukt worden !!! |
|
|
|
| |